Innoveren en veranderen doe je samen!

Vorige week presenteerde Sander Dekker, onze minister voor Rechtsbescherming, zijn langverwachte visie op de herziening van de rechtsbijstand, met als motto ‘minder procedures, meer oplossingen’. Dat levert discussie op want de belangen zijn groot. Vervangt de mediator straks de sociale raadsheren en -vrouwen? Wij, twee ervaren registermediators in arbeids- en familiekwesties, hopen van niet.

Het goede nieuws

Die visie van Dekker is door veel mediators enthousiast ontvangen. Heldere procedures en gedegen advies voor iedereen, en zelf oplossen wanneer dat kan: daar kan niemand op tegen zijn. Vaak zoeken mensen in juridische procedures oplossingen voor problemen die veelal niet juridisch van aard zijn. Dat is onnodig belastend voor de rechtspraak. Helemaal omdat deze kwesties vaak niet opgelost zijn nadat de rechter – met alle wijsheid en het wetboek in de hand – een uitspraak doet.

Ook de rechterlijke macht zelf signaleert dat en stimuleert partijen gedurende het proces om samen tot oplossingen te komen. Door te wijzen op het Mediationbureau en ook zelf te experimenteren met alternatieven, zoals de GOO-methode (Gericht Op Oplossing) en spreekuurrechters.

De kanttekening

De plannen van de minister lijken te suggereren dat advocaten burgers aanmoedigen om nodeloos te procederen. Op kosten van de staat. Termen als ‘perverse prikkels’ doen geen recht aan de betrokkenheid en overgave waarmee (sociaal) advocaten zich inzetten voor hun cliënten. In reactie op de plannen van de minister zetten sommige rechters en advocaten mediation weg als een goedkoop (lees ‘tweederangs’/’minderwaardig’) alternatief voor een goede advocaat. Met de onderliggende boodschap: dat moet je niet willen.

Een harde discussie tussen mediators en advocaten over wie de burger de beste oplossingen biedt, levert alleen maar verliezers op.

Advocaten en mediators zijn niet inwisselbaar. Ieder heeft een eigen rol en eigen aanpak. Zoals procederen niet altijd leidt tot een oplossing, leent ook niet elke zaak zich voor mediation.

Het debat zou moeten gaan over hoe en door wie de burger met een (schijnbaar) juridisch probleem het beste geholpen is. Niet over ‘welke oplossing kost de schatkist op korte termijn het minste geld.’

Voorwaarden voor de beste oplossing

De basis van mediation is de vrije en vrijwillige keuze van conflictpartijen om het gesprek weer aan te gaan. Vanuit een vrije, gemotiveerde keuze komen mensen tot duurzame, gedragen besluiten. Zeker in mediation zijn we niet gebaat bij mensen die alleen aan tafel komen omdat het ‘moet’.

Of je nu kiest voor mediation of de rechter vraagt om een oordeel: wij vinden dat de burger die keuze zelf moet kunnen maken. Dr ligt een belangrijke taak voor de overheid. Investeren in heldere en toegankelijk voorzieningen waar de burger zich gedegen, neutraal en gericht kan (laten) informeren is een goede eerste stap. Toegang tot goede informatie, eerlijke en passende procedures, en zelf kunnen kiezen voor mediation of rechterlijke toetsing maakt dat ons stelsel werkt.

In het plan van de minister wordt gesproken over ‘triage aan de voorkant’, een nieuw in te richten, onafhankelijke faciliteit die voor de (rechts)hulpzoekende burger bepaalt voor welke hulp hij in aanmerking komt. Op die manier wordt de weg naar de rechter voor mensen met een smalle beurs mogelijk afgesneden.

Het moment is nu

Dat het tijd is om veranderingen door te voeren, daar is iedereen het over eens. Die discussie vraagt wat ons betreft om een bredere aanpak dan het reguleren van de toegang tot het recht voor partijen zonder geld. Er wordt immers ook fors beslag gelegd op onze rechterlijke instanties voor kwesties tussen bedrijven of burgers met meer dan voldoende middelen en een probleem dat op een andere, en voor alle betrokkenen wellicht betere, manier had kunnen worden opgelost.

Onze oproep aan alle mediators, advocaten, rechters, burgers én betrokken bewindslieden: laten we samen dat nieuwe systeem vormgeven. Niet ten koste van elkaar, maar mét elkaar. Doen wat werkt, in het belang van burger.

Een eerlijk, toegankelijk en goed functionerend systeem om problemen in een zo vroeg mogelijk stadium duurzaam op te lossen, dat willen we allemaal. Wij denken graag verder mee!

Tabitha van den Berg, MfN-registermediator, gespecialiseerd in zakelijke geschillen en arbeidszaken [Mediation Amsterdam]

Anouk van der Jagt, MfN-registermediator, gespecialiseerd in familiezaken [fiftyfifty mediation]

Over het hoofd gezien?

Belangrijk én bittere noodzaak dat het kind centraal staat in de aanbevelingen van André Rouvoet, voorzitter van het Platform Scheiden zonder Schade. Het gedrag dat bij ernstig geëscaleerde conflicten hoort is nooit heilzaam. ‘Vechtscheidingen’ hebben zonder uitzondering een desastreus effect op het welzijn van betrokken kinderen. Juist daarom is tussenkomst van een professional essentieel.

In de opsomming van ervaren professionals die een positieve invloed op strijdende ouders kunnen uitoefenen, mist mijn beroepsgroep: de mediator. Juist wij zijn bij uitstek geschikt én toegerust om ouders te begeleiden bij een (v)echtscheiding. Neutraal en meer-partijdig, richten we ons op het verbeteren van de communicatie tussen ouders. We scheppen ruimte zodat men elkaar weer kan horen. Wij wijzen ouders, ook ongevraagd, op de lastige positie van hun kind(eren) én de mogelijke schade die bepaald gedrag van de ouders kan veroorzaken bij kinderen die klem komen te zitten tijdens het scheidingsproces.

Die professional is dus in alles gericht op de-escalatie en herstel van contact tussen ouders. Zodat zij hun gezamenlijke verantwoordelijkheid weer oppakken. Niet als ex-partners maar als ouders van de kind(eren).

Wij zijn een volwassen specialisatie onder mediationprofessionals, met een beroepsvereniging (Nederlandse Mediatorsvereniging, kortweg NMv) en een door de markt en de Rechtspraak erkend kwaliteitsregister, de Mediatorsfederatie Nederland (MfN).

 

Was ie maar al klaar: de vredesmachine van Timo Honkela

Ik was zeker niet meteen getriggerd door de titel van het stuk: “Professor Honkela en de verpletterende vredesmachine”. Het klonk als de titel van een strip. Gecombineerd met het beeld, een supermanachtige persoon met een vredesteken op de borst, was het voor mij geen aanbeveling. Ik ben geen striplezer en ook geen fan van het ‘Superhero movie’ genre. Geen idee waarom niet trouwens. Maar het stuk ging over een Finse professor die werkt aan een computer die wereldwijd vrede zou moeten brengen. En vrede, daar loop ik wel warm voor.

Als mediator krijg ik in de regel te maken met precies het tegenovergesteld van vrede, onvrede dus. Als je zoekt naar synoniemen voor onvrede stuit je op termen als onenigheid, bonje, ruzie, onmin, ongenoegen, oorlog. En dat is de situatie waar je als mediator in beginsel mee te maken krijgt: boosheid, wederzijds onbegrip, verdriet, ruzie, agressie of een uiterst ongemakkelijk en ijzig zwijgen. Ook aan tafel kan het oorlog zijn. Soms probeer ik mensen uit te leggen dat, op het moment dat de communicatie tussen mensen verstoord is, het heel moeilijk is om de ander nog te verstaan. En dat bedoel ik dan vooral overdrachtelijk. En zelfs dat wordt dan al vaak – letterlijk – niet meer gehoord, omdat mensen te veel in beslag genomen worden door dat smeulende of juist hoog oplaaiende en allesverzengende conflict.

De vredesmachine van Honkela heeft als bedoeling om conflicten op te lossen die worden veroorzaakt als verschillende partijen elkaar niet wezenlijk begrijpen. Door gebruik te maken van allerlei vertaalsoftware en andere taaltechnologie wil hij dit tegengaan. Hierbij focust Honkela op het voorkomen van interculturele misverstanden. Hij betoogt dat een enkel woord voor twee mensen al een fundamenteel andere betekenis kan hebben afhankelijk van ervaring, cultuur, land en geschiedenis, en daarmee kan zorgen voor verstoring in de communicatie. De vredesmachine functioneert dan als een soort ‘gids’ die direct kan reageren als het apparaat ‘waarneemt’ dat er sprake is van miscommunicatie. Door vervolgens op een ‘menselijke’ manier te interveniëren, bijvoorbeeld door partijen erop te wijzen dat ze elkaar verkeerd begrijpen, de-escaleert de machine en nemen emoties als angst en woede bij mensen af.

Na mijn scepsis bij de introductie van de professor en zijn plannen vond ik dit idee hartverwarmend. En realiseerde ik me dat wij – mediators – eigenlijk ook een soort vredesmachines zijn. Want ook tussen mensen bij wie geen sprake is van een interculturele context speelt het elkaar niet wezenlijk (meer) begrijpen in een conflictsituatie vaak een grote rol. En gidsen wij hen – zo goed als we kunnen en zo ver als de cliënten bereid zijn te gaan – langs de afgrond richting veiliger gebied. Het is een grillig pad, waarbij we de oplossing, een positieve kentering, na elke bocht in het vizier kunnen hebben. Maar evengoed blijkt het pad soms dood te lopen en moeten we, zonder aanwijzingen, op zoek naar een nieuwe, begaanbare weg. Het is een mooi vak, spannend en ook risicovol. Je weet tenslotte nooit waar je uitkomt.

Terug naar de vredesmachine van Honkela. Zijn motivatie voor het ontwikkelen van de machine vindt zijn oorsprong een paar jaar geleden, toen bij Honkela een aantal agressieve tumoren in zijn hersenen werd gevonden. De ultieme wake-up call, aldus Honkela. Decennialang had hij zich als onderzoeker gewijd aan wat kunstmatige intelligentie voor ons kan betekenen. Nu, met de dood in zicht, ontstond de behoefte om iets na te laten. Iets groots, iets waanzinnigs, iets wat er écht toe zou doen.

“Hm, wereldvrede… dat zou pas een uitdaging zijn, zo sprak hij zichzelf toe tijdens een wandeling. Ja, natuurlijk was het krankzinnig en grotesk. Iedereen zou hem bespotten. Hmm, maar waarom eigenlijk niet… Toch? Kom op! Want raar toch: kunstmatige intelligentie wordt wel ingezet voor militaire doeleinden, maar nooit voor vrede, echte vrede, een wereld waarin mensen elkaar niet willen bestrijden. Daar zou nieuwe technologie voor moeten zorgen.”

Ongetwijfeld zullen mensen zijn ideeën met hoongelach ontvangen en overgaan tot de orde van de dag. Gelukkig zijn er inmiddels ook talloze wetenschappers die meedenken en -dromen met Honkela. En de universiteit van Helsinki heeft hem ruimte ter beschikking gesteld om in alle rust te werken aan zijn vredesmachine.  Wereldvrede, Honkela en ik gaan het denk ik niet meemaken. En ik vraag me af of het überhaupt mogelijk is. Maar het zo ver mogelijk terugdringen van oorlogen en conflicten die alleen maar  leiden tot verwoesting van levens, natuur en cultuur, daar ben ik helemaal vóór. Na het doornemen van de zaterdagkrant denk ik dus vooral, was ie maar al klaar, die vredesmachine. Tot dat zover is begeleid ik als mediator zoveel mogelijk mensen in conflict en help hen om elkaar weer te verstaan. Je moet tenslotte ergens beginnen.

(bron: de Volkskrant, 21 oktober 2017 ‘Professor Honkela en de verpletterende vredesmachine’ door John Schoorl. Artikel lezen? Dat kan via volkskrant.nl als abonnee of via Blendle voor €0,39: https://www.volkskrant.nl/wetenschap/deze-man-wil-kunstmatige-intelligentie-inzetten-voor-vrede-echte-vrede~a4522309/)

VKMagazine21102017

 

Het kan

Vorige week schreef ik over vechtscheidingen en de hartverscheurende positie waarin een kind dan terecht komt. Dat was naar aanleiding van een pijnlijk treffende Sigmund strip in de Volkskrant. Het kan anders. Ook dat maakte ik van dichtbij mee.

Het kan ook anders…

Hij was verbijsterd, toen hij me belde. Onthutst en intens verdrietig. Ooit waren ze vakantieliefjes. Zij kwam naar Nederland. Kregen uiteindelijk twee dochters samen. Na twintig jaar een stel en twaalf jaar huwelijk leek het opeens voorbij. Schijnbaar van de een op de andere dag.

Hij was zich ervan bewust dat het niet lekker liep de laatste jaren maar er was geen werkelijke angst dat het mis zou kunnen gaan. Het waren de bekende zeven ‘magere’ jaren, kleine kinderen, drukke banen, grote verantwoordelijkheden. Hij kon zich al weer verheugen op de vette jaren die zouden komen.

Intussen werd zij verrast door een overrompelende verliefdheid. Pas toen durfde ze echt aan zichzelf toe te geven dat het tijd was om elkaar los te laten als geliefden.

Voordat ze de moed kon opbrengen dat ook aan hem te vertellen had hij het zelf al ontdekt. Het was een mokerslag. Er was woede, frustratie en ongeloof over het ‘verraad’. En tegelijkertijd wilde hij alles, ja echt alles doen die eerste weken om het gezin bij elkaar te houden. Het verbond niet te verbreken.

Zij hield voet bij stuk en was harder, directer en onverbiddelijker naar hem dan ze zich vanbinnen voelde. Maar ze wist dat – als ze nu geen voet bij stuk zou houden – ze om de verkeerde redenen bij elkaar zouden blijven. Op dat moment kon ze niet anders. Ondanks de pijn, het verlies, het verdriet om wat voorbij was.

Beiden hadden daarna ruimte nodig, wilden de ander kunnen ontlopen. Elk om hun eigen redenen. Om de week wonen ze maandenlang weer als studenten, in een kamertje. Beetje bij beetje vertellen ze de kinderen wat er speelt. Ondanks de pijn, de boosheid en het onbegrip staat een ding voor beiden vast: de kinderen zullen geen slachtoffer worden van hun breuk. Nooit. Die belofte aan elkaar is niet onderhandelbaar.

Een mediator wordt ingeschakeld. Er worden – soms stroeve – gesprekken gevoerd. Het wordt duidelijk dat een scheiding onafwendbaar is. Het duurt lang, en het blijkt lastig om grip te krijgen op alle gevolgen van de scheiding. Maar ze komen eruit.

Langzaam maar zeker ontstaat een nieuw evenwicht. Meer afstand. De verhouding zijn koel maar respectvol. Ze zijn er honderd procent voor hun dochters, de verjaardagen worden samen gevierd, in ongeveinsde harmonie. Hoewel het ook nog schuurt. Maar ze blijven vastbesloten: de kinderen zijn het allerbelangrijkst. Zij hebben geen keus gehad en zullen zich moeten neerleggen bij de beslissing van hun ouders. Des te belangrijker dat ze zich te allen tijde geborgen voelen, ook als hun ouders samen zijn. Geen onderhuidse of uitgesproken spanningen.

Het lukt ze.

Inmiddels zijn er ruim drie jaar verstreken. Ze hebben allebei weer een eigen plek. Het co-ouderschap loopt soepel. De dochters bloeien. En hopen op momenten nog altijd dat papa en mama weer bij elkaar zullen komen. En dat mag. Ze zijn er allebei duidelijk over maar slaan de hoop niet kapot. Het mag. Het wordt begrepen. Dat die hoop erbij hoort.

Een paar maanden geleden zag ik ze samen op een familiefeestje. Alsof het nog altijd was zoals vroeger. Er was liefde, humor, herkenning, verbinding. We waren een familie, zo met z’n allen. Zelfs ik kreeg er hoop van.

Laatst aten hij en ik samen. Ik vroeg hoe hij er nu op terugkeek. Op die hele periode. En hoe het nu tussen hen was. Het was goed, zei hij. Het beste wat hem was overkomen eigenlijk. Een verrijking. De vanzelfsprekendheid van het samenzijn had plaatsgemaakt voor iets nieuws. Een ander verbond. Als ouders van hun twee prachtige kinderen. Als beste vrienden die aan een half woord van elkaar genoeg hebben. Die samen intens kunnen lachen, diepgaande gesprekken kunnen voeren en het hartgrondig met elkaar oneens kunnen zijn. Die elkaars tekortkomingen accepteren en elkaars kwaliteiten bewonderen. En die nog steeds van elkaar houden. Ondanks alles. Dankzij alles. Dat ontroerde me tot op het bot.

Het is niet zonder slag of stoot gegaan. Het was niet makkelijk. Op een zeker moment was een mediator nodig om hen de weg te wijzen uit de chaos. Om hen te helpen alles wat één geworden was te ontvlechten. Maar verder hebben ze het zelf gedaan. Omdat ze echt, oprecht en overtuigd – op de moeilijkste momenten – over hun eigen schaduw heen zijn gestapt. En daarmee hun eigen belang ondergeschikt hebben gemaakt aan het belang van de ander. En vooral aan het belang van hun kinderen.

En ik kan eigenlijk geen reden bedenken om dat laatste niet te doen. Zij hebben mij laten zien: het kan.